Categorie: Eén dier, één vraag

  • Op hoge poten

    Op hoge poten

    Ik vind elanden zo mooi. Zo groot. Zo statig. En dan dat gewei. Machtig.

    De eerste zag ik toen ik in Boston woonde, aan het begin van mijn fotocarrière. Meerdere zelfs. Later in Noorwegen stond er ineens een grote man voor me, in de stromende regen. Indrukwekkend. Tot mijn vrouw me terugtoeterde en hij verdween.

    Jarenlang niets

    Daarna bleef het jarenlang stil. Hooguit een vrouwtje of een jong dier. Mooi, maar het is toch die stier met dat enorme gewei waar je voor gaat. Ik ben er zelfs een keer gericht voor naar Canada gegaan. En in Alaska leerde een eland me met een schijnaanval dat richtlijnen maar richtlijnen zijn.

    De beste momenten kwamen uiteindelijk op reis met mijn vader, in de Grand Tetons, in november. Enorme aantallen elanden. Stieren. En eindelijk ook dichtbij. We zagen ze zelfs vechten. Mijn beste elandentrip ooit.

    De vraag

    Waarom staat een eland op zulke hoge poten?

    De eland is het grootste hert ter wereld. Een stier is tot zijn schouders bijna twee meter hoog. Toch beweegt hij zich soepel door bos, moeras en sneeuw. Dat is geen toeval.

    Het antwoord

    Elanden leven in het noorden, waar de winter lang is en de sneeuw diep. Waar een ree tot zijn buik wegzakt, stapt een eland er gewoon doorheen. Omgevallen bomen en struiken stapt hij net zo makkelijk over. Zijn hoeven spreiden zich onder zijn gewicht, zodat hij minder diep wegzakt in sneeuw en moeras.

    In de zomer staat hij met diezelfde poten tot zijn buik in het meer. Daar eet hij waterplanten, die vol zouten zitten die hij op het land nauwelijks vindt. Hij kan zelfs helemaal kopje onder gaan. Het water helpt hem ook om af te koelen, want met zijn dikke vacht heeft een eland het in de zomer al snel te warm.

    Dan die lange snuit met die overhangende bovenlip. Daarmee stroopt hij bladeren en twijgen van takken, hoog in de struiken waar andere herten niet bij kunnen.

    En het gewei. Een stier laat het elk jaar opnieuw groeien, in een paar maanden tijd, tot wel twintig kilo. In de zomer zit het nog in de bast, een zachte huid vol bloedvaten. In de herfst schuurt hij die eraf, voor de bronst. Zo’n gewei is pure reclame. Het laat vrouwtjes en rivalen zien hoe sterk hij is en hoe goed hij die zomer heeft gegeten.

    Waarom juist hier zo groot?

    Hoge poten verklaren hoe hij door de sneeuw komt. Maar waarom werd juist in het noorden het grootste hert ter wereld? Een groot lijf houdt in de kou zijn warmte beter vast dan een klein lijf, want er is minder huid per kilo om warmte kwijt te raken. Daarom zijn dieren in koude streken vaak groter dan hun familie in warmere streken. De eland is daar het sterkste voorbeeld van.

    Groot zijn helpt ook in de winter, als er niets groens meer is. Een groot lijf verteert twijgen en schors langzamer en beter, en heeft meer reserves om de maanden zonder vers voer door te komen. De taiga heeft de eland niet alleen hoge poten gegeven. Ze heeft hem groot gemaakt.

    Elanden staken via de landbrug bij de Beringstraat over naar Amerika. Daarom vind je ze nu in de hele taiga rond de noordpool, van Noorwegen tot Alaska en de Tetons.

    Wie er nog meer rondloopt

    Een eland leeft niet alleen. Wolven en beren jagen vooral op de kalveren, en een moeder verdedigt haar jong fel. Zwemt een eland tussen eilanden, dan jaagt soms zelfs de orka op hem. Raven volgen de wolven, op zoek naar wat er overblijft. En de bever bouwt de dammen en vijvers waar de eland in de zomer zijn waterplanten vindt.

    Alles aan een eland is gebouwd voor een land van sneeuw, moeras en meren.

    Terug naar het moment

    In november is de bronst eigenlijk voorbij. Toch stonden de stieren daar nog met hun geweien tegen elkaar te duwen. Ze dragen het dan nog maar kort. Niet lang daarna werpen ze het af, en begint alles weer opnieuw. Als ik nu terugkijk naar die stieren in de Tetons, zie ik niet alleen een mooi dier. Ik zie een hele zomer aan eten, op het hoofd van een eland.

    Nog op mijn lijst

    Dit verhaal is nog niet af. Deze beelden mis ik nog, en ik vul ze aan zodra ik ze heb:

    • Een eland die kopje onder gaat in een meer
    • Vechtende stieren midden in de bronst
    • Een eland klein in een groot en koud bos, alleen silhouet en gewei in mist of sneeuw
    • Een eland die door diepe sneeuw stapt
    • Een stier met zijn gewei nog in de bast
    • Een kalf bij zijn moeder, van dichtbij

    Logboek

    Elke keer dat ik deze soort opnieuw tegenkom, schrijf ik het hier op.

    • Grand Tetons, november
      Met mijn vader. Enorme aantallen elanden, stieren van dichtbij en zelfs vechtende stieren. Mijn beste elandentrip ooit.
    • Alaska
      Een schijnaanval. Richtlijnen zijn maar richtlijnen.
    • Canada
      Een gerichte zoektocht naar een grote stier.
    • Noorwegen
      Een grote man in de stromende regen, tot mijn vrouw me terugtoeterde.
    • Boston
      Mijn eerste elanden, meerdere zelfs, aan het begin van mijn fotocarrière.

    Veldnotitie

    Plek: Grand Teton National Park, Wyoming.
    Seizoen: november. De bronst is voorbij, maar de stieren dragen hun gewei nog.

  • Meer beren dan mensen

    Meer beren dan mensen

    Jarenlang keek ik vanachter mijn laptop naar de webcam van Brooks Falls in Alaska. Bruine beren op een waterval, wachtend tot er een zalm hun bek in springt. Ik kon er uren naar kijken.

    En toen stond ik er ineens zelf. Meer beren dan mensen. De hele dag kijken hoe ze vissen. Geen webcam die daar tegenop kan.

    Beren vinden kost moeite

    In Californië zag ik ook regelmatig beren. In Yosemite, maar vooral in Sequoia. Op een gegeven moment eigenlijk altijd. Maar dat gaat niet vanzelf. Je moet vaak gaan, en heel vroeg.

    De eerste keer kamperen in berengebied vond ik best spannend. Elk geritsel bij de tent was een beer. Nu ik er zoveel heb gezien, vind ik dat wat overdreven. Respect houd ik wel. Het blijven wilde dieren.

    Mijn beste berentrip was in mei in Canada: 17 beren. En in Yellowstone zag ik de grizzly. Machtige dieren.

    Het mooiste berenmoment was niet eens van mij

    Op een dag stonden er twee bekenden uit het dorp bij mij in Californië. Ze reisden al maanden door Canada en Amerika. Beren gezien? Nog niet één. Ik wist niet wat ik hoorde.

    Dat weekend nam ik ze mee naar een beekje bij Lake Tahoe. Binnen een paar uur hadden we ze. Meerdere zelfs. En als toegift vloog er een Amerikaanse zeearend over. Ook een eerste voor hen.

    Toen wist ik het. Alleen uren zoeken naar wild kan ik prima. Maar die kennis en dat enthousiasme delen, en dan die gezichten zien, dat is nog veel mooier. Ik wilde reisleider worden.

    Finland

    Dat ik nu zelf een groep naar de beren in Finland mag begeleiden, voelt nog steeds bijzonder. Peter van der Veen was daarin mijn mentor, en daar ben ik hem dankbaar voor.

    Een berenhut is luxe en behelpen tegelijk. Een bed, een raam en een bakkie thee. Meer heb je niet nodig. Het is er doodstil, en toch zit je constant op het puntje van je stoel. Want elk moment kan er iets uit het bos stappen. Voor mij is dat meditatie. Er is alleen het hier en nu.

    Het mooiste is als er een moeder met kleintjes komt. Die welpen spelen, klimmen, vallen en klimmen weer. Je weet niet waar je moet kijken.

    Aan het meer is het weer anders. Daar verandert het uitzicht ieder uur. Dan weer zon, dan weer mist die over het water trekt. En als er dan een beer het water in loopt en gaat zwemmen. Wow.

    Eén keer ging er een beer vlak naast mijn hut liggen slapen. Zo dichtbij dat ik mijn groothoek erop kon zetten. Dat vergeet ik nooit meer.

    De vraag

    Hoe overleeft een beer een half jaar zonder eten?

    In de taiga ligt maandenlang sneeuw. Er zijn geen bessen, geen mieren, geen vis. In Finland kruipt een beer rond oktober zijn hol in en komt hij pas in april weer naar buiten. Al die tijd eet hij niets, drinkt hij niets en plast hij niet.

    Het antwoord

    Het begint in de nazomer. Dan eet een beer zich letterlijk vol: bessen, mieren, aas, alles wat hij kan vinden. In die weken komt er soms meer dan een kilo per dag bij. Dat vet is zijn brandstof voor de hele winter.

    In het hol gaat alles op een laag pitje. Zijn hart klopt soms nog maar tien keer per minuut. Zijn temperatuur zakt maar een paar graden, en dat is slim: zo blijft hij half wakker en kan hij zich verdedigen als het moet.

    Het mooiste trucje zit vanbinnen. Afvalstoffen die bij ons in de urine verdwijnen, bouwt een beer weer om tot eiwit. Daardoor blijven zijn spieren en botten sterk. Een mens die een half jaar in bed ligt, kan daarna nauwelijks nog lopen. Een beer stapt in het voorjaar zo het bos in.

    En dan de moeder. Beren paren in de vroege zomer, maar het embryo nestelt zich pas in de herfst in. En alleen als ze vet genoeg is. Is de zomer slecht geweest, dan komen er gewoon geen jongen. In januari of februari worden de welpen geboren, midden in de winter, in het hol. Ze wegen dan nog geen pond. Maandenlang zoogt ze ze, zonder zelf ook maar iets te eten.

    Waarom een alleseter?

    Beren stammen af van vleeseters. Je ziet het nog aan hun grote hoektanden. Maar in het noorden is vlees onvoorspelbaar, terwijl ander voedsel in pieken komt: vers gras en kruiden in het voorjaar, zalm in de zomer, bessen in de herfst. De beer werd een alleseter die van elke piek profiteert. Achter in zijn bek zitten brede, platte kiezen om planten te malen.

    Daarom stond ik in Brooks Falls tussen beren die zalm vingen, en zie ik in Finland beren die urenlang gras en mieren eten. Het is hetzelfde soort dier, dat eet wat het seizoen hem geeft. En omdat al die pieken in de winter wegvallen, is opvetten en slapen de enige oplossing. Wegtrekken is voor zo’n zwaar dier te duur.

    Vechten en zorgen

    Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes. Ze vechten om de vrouwtjes, en de grootste en sterkste wint. Zo’n groot mannetje is ook een gevaar voor welpen die niet van hem zijn. Daarom houdt een moeder haar jongen zo dicht bij zich, en leert ze ze in twee tot drie jaar waar in elk seizoen het voedsel te vinden is.

    Zo heeft het landschap de beer gevormd. Een plek waar de helft van het jaar niets te halen valt, laat alleen dieren over die de winter kunnen overbruggen.

    Terug naar het moment

    Sinds ik dit weet, kijk ik anders naar die zomernachten in de hut. De beer die naast mijn hut lag te slapen, de beren die urenlang voor het raam lopen te eten: het draait allemaal om vet voor de winter.

    En als er een moeder met welpen uit het bos stapt, weet ik dat zij vorig jaar genoeg heeft gegeten. Elke welp die je in juni ziet spelen, is een geslaagde winter. Ze blijven anderhalf tot tweeënhalf jaar bij hun moeder. Dreigt er gevaar, bijvoorbeeld van een mannetje, dan stuurt ze ze de boom in. Daarom zie je welpen zo vaak tegen een stam omhoog klimmen.

    Nog op mijn lijst

    Dit verhaal is nog niet af. Deze beelden mis ik nog, en ik vul ze aan zodra ik ze heb:

    • Een beer die zich in de herfst volpropt met bessen
    • Een beer in de eerste sneeuw, op weg naar zijn hol
    • Een moeder die in het voorjaar met haar pasgeboren welpen naar buiten komt
    • Een moeder die haar welpen zoogt
    • Twee beren die met elkaar vechten
    • Een familieportret van een moeder met al haar welpen in één beeld

    Logboek

    Elke keer dat ik deze soort opnieuw tegenkom, schrijf ik het hier op.

    • Finland, juni
      Begeleid mijn eerste groep in de berenhutten. Moeders met welpen, een zwemmende beer in de mist, en een beer die naast mijn hut lag te slapen.
    • Yellowstone
      Mijn eerste grizzly. Machtig.
    • Canada, mei
      Mijn beste berentrip: 17 beren.
    • Brooks Falls, Alaska
      Na jaren de webcam: meer beren dan mensen, de hele dag vissende beren.
    • Californië
      Zwarte beren in Yosemite en Sequoia. Bij Lake Tahoe liet ik twee vrienden hun eerste beren zien.

    Veldnotitie

    Plek: berenhutten in de taiga van Oost Finland, vlak bij de Russische grens.
    Seizoen: juni. Het wordt niet echt donker en het mooiste licht valt laat op de avond en diep in de nacht.
    Camera: Sony A1. Bij weinig licht zet ik hem op ISO 500. Daar schakelt de sensor over op een tweede versterking, waardoor je daarboven minder ruis hebt dan je zou verwachten.

    Het belangrijkste in de hut is paraat blijven. Vechtende beren, een zeearend die naar beneden duikt, spelende of juist bange kleintjes: een moment is zo voorbij. Je moet je camera blind kunnen bedienen. Dat is niet altijd makkelijk, met weinig slaap en als je na een paar dagen al een beetje verwend bent met beren.

    Zelf meemaken? Bekijk de berenreis naar Finland bij Nature Talks.